Bericht van de Raad van Bestuur n.a.v. zitting Bedrijfscommissie in Den Haag

vrijdag 12 oktober 2018

Vandaag vond in Den Haag de zitting van de Bedrijfscommissie plaats naar aanleiding van het bemiddelingsverzoek van de ondernemingsraad. Naast de voltallige ondernemingsraad, waren de Raad van Bestuur, de bestuurssecretaris, de strategisch personeelsadviseur en twee leden van de Raad van Toezicht van Vreedenhoff aanwezig.

Het afgelopen jaar

In het najaar van 2017 diende de  ondernemingsraad onverwacht en zonder aankondiging een motie van wantrouwen in bij de Raad van Toezicht gericht tegen de Raad van Bestuur. Volgens de ondernemingsraad hield de Raad van Bestuur zich bij herhaling niet aan de Wet op de Ondernemingsraden. De Raad van Toezicht stelde een onderzoek in door een extern bureau.
Dit leidde tot een kritisch rapport over de rol en houding van de ondernemingsraad binnen de organisatie. Uit het onderzoek bleek dat de Raad van Bestuur zich aan de Wet op de Ondernemingsraden heeft gehouden. Naar aanleiding van dit rapport werd met wederzijdse instemming mediation gestart en werden de overlegvergaderingen door een onafhankelijke voorzitter geleid. Helaas heeft dat tot op heden niet geleid tot een verbetering in de samenwerking. De ondernemingsraad trok zich in juni 2018 terug uit de mediation, omdat ze zich niet kon vinden in de door de mediator gehanteerde aanpak.

Bemiddelingsverzoek

Zonder aankondiging vooraf naar de Raad van Bestuur, de Raad van Toezicht en ook de onafhankelijk voorzitter diende de ondernemingsraad 23 augustus jl. een bemiddelingsverzoek in bij de onafhankelijke Bedrijfscommissie in Den Haag, waarin vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers zitting hebben. Als reden werd opnieuw aangegeven dat de Raad van Bestuur zich niet aan de Wet op de Ondernemingsraden zou houden.
De Bedrijfscommissie kwam vandaag, 12 oktober 2018, in haar advies tot een aantal concrete oplossingsrichtingen om het overleg vlot te trekken. Aanbevelingen die in lijn liggen met eerdere aanbevelingen uit het vorige onderzoek. Enkele aanbevelingen: organiseer structureel informeel overleg, ga eerst in gesprek voordat je je op regels beroept, organiseer regelmatig achterbanraadplegingen, investeer in de relatie, nodig de Raad van Bestuur uit op de OR-cursusdagen, geef elkaar de ruimte en ken elkaar gewicht toe en zorg voor verfrissing binnen de ondernemingsraad. De Raad van Bestuur gaf ter plaatse aan deze aanbevelingen te omarmen. De ondernemingsraad wilde dat niet aangeven.

Toneelstuk

Direct na afloop van zitting werd duidelijk waarom. De vicevoorzitter van de ondernemingsraad overhandigde zonder nadere toelichting een brief aan de Raad van Bestuur en de voorzitter van de Raad van Toezicht. Hierin geeft de ondernemingsraad aan het vertrouwen in de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht op te zeggen. Aansluitend is de Raad van Bestuur terug gegaan naar de Bedrijfscommissie die net aan haar nabespreking wilde beginnen. Ook zij waren met stomheid geslagen: ‘hebben wij daar uren van onze tijd aan besteed’ en ‘we hebben dus met elkaar een toneelstukje op zitten voeren’ waren hun eerste reacties.

Vervolg

De Raad van Bestuur en Raad van Toezicht zijn geschokt door deze gang van zaken. Duidelijk is dat de huidige ondernemingsraad niet bereid is om te komen tot werkbare verhoudingen. Daarmee dient zij op geen enkele manier het belang van Vreedenhoff, al haar medewerkers en al haar bewoners. De afgelopen jaren is onevenredig veel tijd en energie gestoken in het komen tot een werkbare samenwerking met deze ondernemingsraad. Nu blijkt dat onmogelijk. De Raad van Bestuur en Raad van Toezicht beraden zich op de ontstane situatie en op vervolgstappen. Op korte termijn zal de organisatie hierover worden geïnformeerd.
 
Vanwege de zorgvuldigheid vindt woordvoering over dit proces en deze onderwerpen uitsluitend in afstemming met de Raad van Bestuur plaats.